Mephistopheles Epicureus

Ik zie de mens, maar ik begrijp hem niet: -
Hij eet van 't leven al wat lekkers smaakt,
En proeft van ál zijn passies: zijn mond raakt
Iedere vrucht, die iedre hand hem biedt.

Hij zoekt in dronkenschap een droom, die vliedt,
In 't leven, - tot hij, moede en koud, ontwaakt,
Naakt en gebroken: op zijn lippen smaakt
Des levens droesem bitter als verdriet.

En dan noemt hij de wijn, die vreugde geeft -
Zijn passie - zonde, en nuchterzijn zijn deugd,
Daar hij zich dwaas dronk in een mooie droom,

En in het leven schijn zocht, die niet leeft.
Hij vleit zich met de erinn'ring zijner vreugd,
Maar durft geen appel proeven zonder schroom.

Albert Verwey (1865 - 1937)


Ghequests ben ic van binnen

Ghequest ben ic van binnen,
Doorwont mijn hert so seer,
Van uwer ganscher minnen
Ghequest so lanc so meer,
Waer ic mi wend, waer ic mi keer,
Ic en can gherusten dach noch nachte;
Waer ic mi wend, waer ic mi keer,
Ghi sijt alleen in mijn ghedachte.

Anoniem


De moerbijtoppen ruisten

(2 Samuel 5:24)

God ging voorbij;
Neen, niet voorbij, hij toefde;
Hij wist wat ik behoefde,
En sprak tot mij;

Sprak tot mij in de stille,
De stille nacht;
Gedachten, die mij kwelden,
Vervolgden en ontstelden,
Verdreef hij zacht.

Hij liet zijn vrede dalen
Op ziel en zin;
'k Voelde in zijn vaderarmen
Mij koestren en beschermen,
En sluimerde in.

De morgen, die mij wekte
Begroette ik blij.
Ik had zo zacht geslapen,
En Gij, mijn Schild en Wapen,
Waart nog nabij.

Nicolaas Beets, 1895
uit: Dennenaalden (1900)


Verbleekte Driekleur

Hoe is uw lief gelaat zo bleek,
Dat eenmaal zo vriendlijk kon blozen?
Ach, als de zuivre zonne week,
Verbleken de lachende rozen.

Hoe is uw voorhoofd nu zo dof,
Zo stroef en zo droef en zo duister?
Ach, als de wind ze sleurde in 't stof,
Verliezen de lelies heur luister.

Hoe staan die oogjens nu zo flauw,
In wenende wimpers verscholen?
Ach, drijvende in te kille dauw,
Besterven de blauwe violen

J.J.L. ten Kate (1819-1889)
uit: In den Bloemhof. Beelden en droomen (1851)


Leve de Mei

Meizoentjes bloeien, groen is de wei,
Leve de lente! Leve de Mei!
Vogeltjes kweelen lieflijk en zacht,
Blauw is de hemel, 't zonnetje lacht!
Sneeuwwitte zwaantjes nemen een bad,
Zwemmen en plassen in 't koele nat.

Vlindertjes fladd'ren, 't lammetje springt,
't Bijtje gaart honig, 't krekeltje zingt.

Aardige kinderen, frisch en gezond,
Spelen, ravotten, dansen in 't rond,

Vreugde alomme in bosch en wei!
Leve de Lente! Leve de Mei!

Tante Lize, uit: Kinderversjes, opgenomen in Nienke van Hichtum (Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer), Flard-oor en andere Verhalen (1911)


Untitled

We may live without poetry, music and art,
We may live without conscience and live without heart,
We may live without friends, we may live without books,
But civilised man cannot live without cooks!

He may live without books, what is knowledge, but grieving,
He may live without hope, what is hope but deceiving,
He may live without love, what is passion but pining,
But where is the man, that can live without dining?

Author Unknown


('t Wintert, [...])

't Wintert, maakt u dat verdrietig?
Buiten wordt het grauw en koud:
Ja, zo is het: wij zijn nietig
En we worden langzaam oud.

Sluit zorgvuldig alle deuren
Met een grendel en een slot
Binnen kan ons niets gebeuren
In ons stil beknopt genot.

't Zachte rose licht der lampen,
En een houtvuur in de haard;
Alle zorgen gaan verdampen
Als gij in de vlammen staart.

Jan Greshoff (1888 - 1971)


Sonnet

Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en 't al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.

En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor 't heffen van mijn hand en heldere kroon:
Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten. -

En tóch, zo eind'loos smacht ik soms om rond
Úw overdierb're leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed

En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar 'k niet langer woorden vond.

Willem Kloos (1859 - 1938) uit: Verzen, 1894


A Great Wagon

When I see your face, the stones start spinning!
You appear; all studying wanders.
I lose my place.

Water turns pearly.
Fire dies down and doesn't destroy.

In your presence I don't want what I thought
I wanted, those three little hanging lamps.

Inside your face the ancient manuscripts
seem like rusty mirrors.

You breathe; new shapes appear,
and the music of a desire as widespread
as Spring begins to move
like a great wagon.
Drive slowly
Some of us walking alongside
are lame!

           *

Today, like every other day, we wake up empty
and frightened. Don't open the door to the study
and begin reading. Take down a musical instrument.

Let the beauty we love be what we do.
There are hundreds of ways to kneel and kiss the
ground.

           *

Out beyond ideas of wrongdoing and rightdoing,
there is a field. I'll meet you there.

When the soul lies down in that grass,
the world is too full to talk about.
Ideas, language, even the phrase each other
doesn't make any sense.

           *

The breeze at dawn has secrets to tell you.
Don't go back to sleep.
You must ask for what you really want.
Don't go back to sleep.
People are going back and forth across the doorsill
where the two worlds touch.
The door is round and open.
Don't go back to sleep.

           *

I would love to kiss you.
The price of kissing is your life.

Now my loving is running toward my life shouting,
What a bargain, let's buy it.

           *

Daylight, full of small dancing particles
and the one great turning, our souls
are dancing with you, without feet, they dance.
Can you see them when I whisper in your ear?

           *

They try to say what you are, spiritual or sexual?
They wonder about Solomon and all his wives.

In the body of the world they say, there is a soul
and you are that.

But we have ways within each other
that will never be said by anyone.

           *

Come to the orchard in Spring.
There is light and wine, and sweethearts
in the pomegranate flowers.

If you do not come, these do not matter.
If you do come, these do not matter.

Rumi (1207 - 1273)
uitgegeven door Stiching Kereweerom/Open Dicht Bus te Oostelbeers, 1998


Kies exact

"Wiskunde, Trudie,
dat is niets voor vrouwen.
Dat moet je als studie
voor mannen beschouwen.

Jouw hoofd is — met ere,
ik wil je niet krenken —
om crème op te smeren,
maar niet om te denken.

Voor mij hoort een griet
de Bouquetreeks te lezen
en moet ze dus niet
al te slim willen wezen.

Dus neem nou die hobbel
en kies voor je pannen.
De wiskundeknobbel
schiep God voor de mannen.

De knobbels die ik
bij een dame vind horen,
zijn stevig en dik
en die zitten van voren."

Toen greep ze een pan
en ze schatte de curve
van hier tot haar man.
Ze besloot het te durven.

Constant bleef de straal
toen de boog werd beschreven.
Zo stopt dit verhaal
met het eind van zijn leven.

Drs. P & Marjolein Kool
uit: Wis- en natuurlyriek—met chemisch supplement (Nijgh & Van Ditmar, 2000) (Met dank aan Martijn van Steenbergen voor het doorgeven van de link van de Wiskundemeisjes.)


kinya rwanda

- "hatsjoe"
- "urakiri"
- "tresi"


Holle Bolle Gijs

Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen
Waar die Holle Bolle Gijs op zat?
Hij kon schrokken, grote brokken
Een koe en een kalf en een heel paard half
Een os en een stier en zeven tonnen bier
Een schip vol schapen en een kerk vol rapen
En nog kon Gijs van de honger niet slapen!


Wandeling

Voor Reind

Weet je nog dien winderigen morgen?
We gingen over den groenenden dijk.
De wind woei mijn hoofd vrij van zorgen.
Voor de zon namen al de wolken de wijk.

De wind deed bruine en witte zeilen zwellen
De schuiten gleden zoo stil over 't diep.
Van de kinderen of scheepsgezellen
Was er soms een die 'goê morgen' riep.

Weet je nog hoe Max in 't water rolde?
Jij liep vlug vooruit en riep den hond,
Die nu al maar heen en weder holde
Tusschen ons en dan weer hijgend stond.

'k Zie je nog om 't hardste met hem loopen
Door het korte vochte voorjaarsgras.
Toen zijn haren waren uitgedropen
Droogde jij hem met je overjas.

Weet je nog hoe wij tezamen lachten,
Toen gedwee hij verder naast ons ging? -
Alles heb ik nog in mijn gedachten,
En 'k bewaar het als een kostbaar ding.

Ach, die morgen is zoo lang geleden.
Maar toch telken keer, als ik haar riep,
Kwam d'herinnering weer zacht gegleden
Als die stille schuiten over 't diep.

Willem de Mérode(1887-1939)
Uit: Nalezing I (1909-1915)

De profeet en zijn opvolger.

Wij moeten worden als de boomen,
Die luistren in den diepen Grond.
Dan zal een ruischen door ons stroomen,
En alle blaadren worden mond.

De nederigen en de vrouwen
Gelooven 't open woord gezwind;
Zij overreden het mistrouwen
Der mannen; en een eenzaam kind

Glipt 's avonds heimlijk in ons loover,
En heeft zijn nest zoo diep gebouwd,
En geeft zich zoo gewillig over,
Alsof hij één werd met ons hout.

Willem de Mérode(1887-1939)
Uit: Langs den Heirweg (1929-1932), boekdrukkerij J.H. Kok te Kampen, 1932


De allegorie van de Vette Jus

(Dit prachtige lied staat online bij pietpaaltjens.nl.)

Wim T.Schippers
Gezongen door Sjef van Oekel in de Barend Servet-show, 1972


(Van vroeg tot laat roept...)

Van vroeg tot laat roept de wereld ons naar buiten, en wil als wereld gekend en beheerst worden. Het wezen roept ons aanhoudend van binnen uit en naar binnen toe. De wereld verlangt van ons weten en kunnen. Het wezen verlangt van ons, dat wij wat wij weten en kunnen weer vergeten in dienst van het rijpen. De wereld verlangt van ons dat wij aanhoudend dingen tot stand brengen. Het wezen verlangt van ons dat wij ze eenvoudig laten gebeuren. De wereld drijft ons voort en houdt ons, zonder ons rust te laten, in de baan waarop wij iets bepaalds bereiken. Het wezen verlangt van ons dat wij, op het Zijn gericht, stil houden, om nooit meer ons te vergissen, doordat wij blijven staan. De wereld spoort ons aan tot spreken en voortdurend werken. Het wezen verlangt dat wij stil worden en doen, zonder te doen. De wereld dwingt ons te denken over beveiligingen. Het wezen wekt ons op, om ons telkens weer aan iets nieuws te wagen. De wereld opent zich voor ons als wij haar begrijpen en kennen. Het wezen opent zich voor ons, wanneer wij het onbegrijpelijke verduren. Wat ons in de wereld schraagt moeten wij zien te behouden. De draagkracht van het wezen blijkt eerst dan, wanneer wij dat wat ons in de wereld staande houdt, weer loslaten, en het vernieuwt en verandert ons alleen, als wij van wat ons in de wereld rijk maakt, afstand doen.

Karlfried Graf Dürckheim
uit: Ons dagelijks leven als oefening - de weg tot verandering, p. 31, tweede druk (Uitgeverij Kluwer, Deventer, 1969). Oorspronkelijke titel: Der Alltag als Übung, verlag Hans Huber, Bern. Uit het Duits vertaald door C.W. Sangster-Warnaars.

A partial translation:

From the early morning to the late evening the world calls upon us to come out, and want to be known and controled. The being constantly calls upon us from within and inwards. The world asks us knowledge and knowing. The being asks us to forget our knowledge and skillfulness in order to support the ripening. The world world asks us to create things. The being asks us to simply let things happen. [...] The world stimulates us to speak and work. The being wishes us to be quiet, and to do without doing. [...] The world shows itself for us if we understand and know her. The being shows itself for us if we endure that which is not understandable.


Empty yourself of everything

Empty yourself of everything.
Let the mind rest at peace.
The ten thousand things rise and fall while the Self watches their return.
They grow and flourish and then return to the source.
Returning to the source is stillness, which is the way of nature.
The way of nature is unchanging.
Knowing constancy is insight.
Not knowing constancy leads to disaster.
Knowing constancy, the mind is open.
With an open mind, you will be openhearted.
Being openhearted, you will act royally.
Being royal, you will attain the divine.
Being divine, you will be at one with the Tao.
Being at one with the Tao is eternal.
And though the body dies, the Tao will never pass away.

Lao Tsu, Tao Te Ching, XVI. China, 6th century B.C. (translation: Gia-fu Feng and Jane English, 1972)


Poema 15 (Me gustas cuando callas...)

Me gustas cuando callas porque estás como ausente,
y me oyes desde lejos, y mi voz no te toca.
Parece que los ojos se te hubieran volado
y parece que un beso te cerrara la boca.

Como todas las cosas están llenas de mi alma
emerges de las cosas, llena del alma mía.
Mariposa de sueño, te pareces a mi alma,
y te pareces a la palabra melancolía.

Me gustas cuando callas y estás como distante.
Y estás como quejándote, mariposa en arrullo.
Y me oyes desde lejos, y mi voz no te alcanza:
déjame que me calle con el silencio tuyo.

Déjame que te hable también con tu silencio
claro como una lámpara, simple como un anillo.
Eres como la noche, callada y constelada.
Tu silencio es de estrella, tan lejano y sencillo.

Me gustas cuando callas porque estás como ausente.
Distante y dolorosa como si hubieras muerto.
Una palabra entonces, una sonrisa bastan.
Y estoy alegre, alegre de que no sea cierto.

Pablo Neruda (Chile, 1904 - 1973), from "Veinte poemas de amor y una cación desesperada" (1924)

Also performed by the New York 2000s band Brazilian Girls on their 2005 Verve Records album "Brazilian Girls".

A translation:

I like for you to be still: it is as though you are absent
and you hear me from far away,and my voice does not touch you.
It seems as through your eyes had flown away
and it seems that a kiss had sealed your mouth

as all things are filled with my soul
your emerge from the things, fill with my soul
you are like my soul, a butterfly of dreams
and you are like the word melancholy

I like for you to be still, and you seem far away
It sounds as though you are lamenting, a butterfly cooing like a dove
And you hear me from far away, and my voice does not reach you
Let me come to be still in your silence

And let me talk to you with your silence
That is bright like a lamp, simple as a ring
You are like the night, with its stillness and constellations
Your silence is that of a star, as remont and candid

I like for you to be still: it is as though you are absent
distant and dull of sorrow, as though you had died
One word then, one smile, is enough
And I am happy, happy that it’s not true

En een vertaling in het Nederlands door Barber van de Pol, uit Twintig liefdesgedichten en een wanhoopslied, Bert Bakker, Amsterdam 1997:

Ik houd ervan

Ik houd ervan wanneer je zwijgt, dan is het net of je afwezig bent
en mij hoort uit de verte, en mijn stem raakt je niet aan.
Dan lijkt het of je ogen weggevlogen zijn
en of een kus je mond verzegeld heeft.

Omdat alle dingen zijn vervuld van mijn ziel,
doem jij op uit de dingen, van mijn ziel vervuld.
Als vlinder van droomstof lijk je op mijn ziel
en lijk je op het woord "melancholie".

Ik houd ervan wanner je zwijgt en als op afstand bent.
Dan is het net of je klaagt, een kirrende vlinder.
En je hoort me uit de verte, en mijn stem bereikt je niet:
sta mij toe te zwijgen met jouw stilte.

Sta mij toe om ook tot je te spreken met je stilte,
helder als een lamp, eenvoudig als een ring.
Jij bent de nacht, verstild, bezaaid met sterren.
Jouw stilte lijkt van ster, zo ver en ongekunsteld.

Ik houd ervan wanneer je zwijgt, dan is het net of je afwezig bent.
Afstandelijk en smartelijk alsof je was gestorven.
Dan reikt één enkel woord, één glimlach.
En ik ben blij, blij dat het niet zo is.

See also the Wikipedia entry on Pablo Neruda.


Mar da Gávea

Se ela lhe disser que amar é com a maré
Por que dizer que não
Que basta o azul
O importante é saber que o mar
É largo, profundo, imenso e azul

Se ela lhe disser que só deve amor a êle
Pra que dizer que não
Que é sem razão
Coloque o mar no quarto dela
E demonstre o que é amar
Dedique esta canção a ela
E demonstre o que é o mar

Lucas Santana (also performed by Arto Lindsay on his 1996 album "Mundo Civilizado") (Translation by Marina (Isabel Silva) Dias:

If she tell you that love is with the tide
Why to say not
That blue is enough
The important thing is that sea
Is large, deep, immense and blue

If she tells you that only he deserves her love
Why to say not
That is without reason
Place the sea in her room
And show what love is
Dedicate this song to her
And show her what's sea like
)


(Ik ben van een dorre [...])

Ik ben
van
een dorre tak

Ik eet
de boom.

Ik eet
het gras.

Zo
eet ik aarde
en damp
en duisternis.

Zo
verbrand
ik alles
en ben het
en weet het.

Jan Arends (1925 - 1974)
Uit: Lunchpauzegedichten, De Bezig Bij, Amsterdam, vijfde druk, juli 1980. Eerste druk januari 1974. ISBN 90 234 4447 7


Opomena

Važno je, možda, i to da znamo:
čovek je željen tek ako želi -

i ako sebe celoga damo,
tek tada i možemo biti celi.

Saznaćemo tek ako kažemo
reči iskrene, istovetne.

I samo onda kad i mi tražimo,
moći će neko i nas da sretne.

Caution

Perhaps it is worth our repeating:
That desire is a function of desire.

And we can only really be complete
once we give ourselves entire.

We will learn only from speaking
sincere words that bind us.

And only once we start seeking
Will anyone be able to find us.

(Translation by anonymous)

Pas op

Dit zou van pas kunnen komen:
Alleen naar hen die verlangen, wordt verlangd -

en alleen als we onszelf helemaal geven
worden we heel.

We zullen alleen dan weten
als we oprecht en dezelfde taal spreken.

En pas als we zoeken
zullen we gezien worden.

(Translation by Joost van Baal-Илић)

Mika Antić / Мирослав "Мика" Антић (1932 – 1986) Yugoslavia

Čarobna pesma

Vidim te vec,
istina-kao u nekoj srebrnoj magli,
ali divno te vidim:
na nogama ti cizme od sedam milja,
u ruci Aladinova lampa,
putujes na onom cudotvornom tepihu
iz 1001 noci,
preleces planine i mora
i dizes se visoko prema zvezdama.

Mozda ti i ne slutis
koliko volim tvoju trsavu glavu,
detinju glavu koja mirise na sapun
i penusavi aprilski vetar,

Glavu u kojoj stanuju samo boje
visoke,
ogromne,
nedostizne,

glavu koja ce shvatiti bezmerja
i razdaljine svetlosnih godina,
nerazumljive cifre
i geometrijske krivulje
i hrabrost svemirskih brodova
sto ce krenuti sutra
na nova nepoznata sunca.

Ja sam svoja putovanja
protutnjao pod celom
i tu su stali prostori
o kojima i ne sanjas.

Cetiri ulice tamo
i tri ulice ovamo,
tako sam jednom leteo
cak do Kumove slame.

Dve,tri,pet casa vina
u restoranu kraj reke,
tako sam beskrajno lebdeo
kroz udaljena sazvezdja.

I jedan obican osmeh,
i jedno jesenje vece,
tako sam trazio nove
zlatogrive komete.

Tako sam sebi nasao
i jednu tihu mudrost
od koje rastu krila.

Zato i hocu samo da te zamolim:
preleti beskonacnost
i pobedi vreme i mastu,
ali nikad ne zaboravi
kako se koraca po zemlji.

Dodirni rukama prasinu
dalekih dvojnih zvezda,
nek ti se damari usklade
sa ritmovima pulsara,
al nikada ne zaboravi
kako se koraca po zemlji.

Jer ljudska srca
zasadjena su nisko kao kupine
tu, gde su svici crveni dzinovi
naseg malenog kosmosa,
tu gde smo sebi nacinili
milimetarske beskonacnosti,
a ipak dovoljno glomazne
da se u njima izgubimo:
ja daleko od tebe
kao Alfa Kentaura,
ti daleko od mene
kao belo zrnevlje Vlasica.

Pronadji nove svetove
i izatkaj im nebo.
I podari im vazduh
da disu i da ozive.

Ali nikad ne zaboravi
kako se koraca po zemlji.
Samo tako se mozemo
jedan drugom pribliziti.

Cetiri ulice tamo
i tri ulice ovamo,
moja i tvoja casa piva
u restoranu kraj reke,
i moje iskrene oci
i tvoje iskrene oci
u jedno jesenje vece
detinjasto i roditeljsko,

-to je ono prostranstvo
koje hocu da pomirim
izmedju moje i tvoje zvezde.

Mika Antić


On Marriage

You were born together, and together you shall be forevermore.
You shall be together when the white wings of death scatter your days.
Ay, you shall be together even in the silent memory of God.
But let there be spaces in your togetherness,
And let the winds of the heavens dance between you.

Love one another, but make not a bond of love:
Let it rather be a moving sea between the shores of your souls.
Fill each other's cup but drink not from one cup.
Give one another of your bread but eat not from the same loaf
Sing and dance together and be joyous, but let each one of you be alone,
Even as the strings of a lute are alone though they quiver with the same music.

Give your hearts, but not into each other's keeping.
For only the hand of Life can contain your hearts.
And stand together yet not too near together:
For the pillars of the temple stand apart,
And the oak tree and the cypress grow not in each other's shadow.

Kahlil Gibran (Met dank aan Radhika)


Ik schrijf je neer

Mijn vrouw, mijn heidens altaar,
Dat ik met vingers van licht bespeel en streel,
Mijn jonge bos dat ik doorwinter,
Mijn zenuwziek, onkuis en teder teken,
Ik schrijf je adem en je lichaam neer
Op gelijnd muziekpapier.

En tegen je oor beloof ik je splinternieuwe horoscopen
En maak je weer voor wereldreizen klaar
En voor een oponthoud in een of ander Oostenrijk.

Maar bij goden en bij sterrenbeelden
Wordt het eeuwige geluk ook dodelijk vermoeid,
En ik heb geen huis, ik heb geen bed,
Ik heb niet eens verjaardagsbloemen voor je over.

Ik schrijf je neer op papier
Terwijl je als een boomgaard in juli zwelt en bloeit.

Hugo Claus (1929 – 2008)
Uit "Gedichten 1948-1993" - De Bezige Bij, Amsterdam, 1994, of "Ik schrijf je neer", De Bezige Bij, 2002.


Meer goede poezie is te vinden op de Gedichten pagina van Stijn van Dongen. O.a. het prachtige Kent iemand dat gevoel van J.A. dèr Mouw.


Recipe for hooch in Illinois prison system

Recipe for hooch from Ron Campbell, veteran of eighteen years in the Illinois prison system, in his own words:

First, we sent two to three people to the chow hall to score some fruit cocktail or peaches. This would be used for the "kicker." The kicker sits out one to two days in the open air to collect all the yeast that is abundant in it. [It is not possible to eradicate culture! Wild fermentation is everywhere.] We mixed this with with six 6-packs of Donald Duck orange juice, along with 1 pound of sugar for each 6-pack, dissolved thoroughly in 1 quart of hot water. Some said I used too much sugar, but nobody ever complained when the finished product was drank.

We poured all of this into a 55-gallon garbage bag, double-bagged to keep the smell down, and let it sit in a warm place for three days, letting the pressure off whenever needed. We couldn't have an explosion, could we? The rest was waiting, and staying up nights to let the air out. We took shifts to do that. Our homebrew was much too important to have wasted. When three days passed, or the brew was no longer cooking off, we took it and strained the fruit out. We could usually tell when it was done, because we would have to burp the bag only once every two to three hours, instead of every thirty minutes or so. We also tasted it for potency, by sipping a small amount and letting it sit in the front of the mouth while inhaling through the lips. We could taste the alcohol this way.

The whole process was risky, because it was obviously against the rules, and punishable by isolation time caught. Years ago, if you stayed under five gallons you didn't have to worry about a major cause if caught, but they're now taking people to court for any amount. I only got caught once, and that was only a few weeks before my release in 1997. I sat in solitary for a month, and went home. My last batch was shared with a group of guys in solitary. We saved our breakfast juices, sugar, jelly, and fruit for days, and made about 3 gallons. Other people in prison use ketchup, or tomato purée, but I always preferred the fruit. It's an acquired taste, but it sure does the job!

from "Wild Fermentation - The flavours, Nutrition, and Craft of Live-Culture Foods", Sandor Ellix Katz, 2003


Lick My Decals Off, Baby

Rather than I want to hold your hand,
I wanna swallow you whole
'n I wanna lick you everywhere it's pink
'n everywhere you think
Rather than I want to hold your hand,
I wanna swallow you whole
'n I wanna lick you everywhere it's pink
'n everywhere you think
Whole kit 'n kaboodle 'n the kitchen sink
Whole kit 'n kaboodle 'n the kitchen sink

Heaven's sexy as hell
Life is integrated,
Goes together so well
'n so on
Well, I'm gonna go on 'n do my washing

Well, now you may think I'm crazy but I want you to
Lick my decals off baby
'n I don't want you to be lazy
'cause it's drivin' me crazy
'n this song ain't no sing-song
It's all about the birds 'n the bees
'n where it went all wrong
'n where it all belongs
'n the earth all go down on their knees
lookin' for ah little ease
She stuck out her toungue 'n the fun begun
She stuck out her toungue 'n the fun begun
She stuck it out at me, 'n I just thumbed my nose
'n went on washing my clothes

Don Van Vliet aka Captain Beefheart, (1941 - 2010) on his 1970 album "Lick My Decals Off, Baby"


Gelukkige liefde

Gelukkige liefde. Is dat normaal,
verdient dat respect, heeft dat nut-
wat moet de wereld met twee mensen
die voor elkaar de hele wereld zijn?

Zonder enige verdienste tot elkaar verheven,
stom toevallig twee uit een miljoen
en er toch van overtuigd
dat het zo moest gaan – als beloning waarvoor?
Voor niets;
het licht valt nergens vandaan –
waarom juist op hen, en niet op anderen?
Is dat kwetsend voor ons rechtsgevoel?
- Jazeker.
Schendt dat onze zorgvuldig opgeworpen principes,
stoot het de moraal van zijn top?
- Het een zowel als het ander.

Kijk eens naar het gelukkige stel:
als ze zich nu een beetje inhielden,
om hun vrienden te sterken
neerslachtigheid voorgaven!
Hoor eens hoe ze lachen – aanstootgevend.
Wat voor taal ze bezigen – alleen in schijn begrijpelijk.
En dan al die vormelijkheden, poespas,
die subtiele verplichtingen jegens elkander -
het lijkt wel een komplot achter de mensheid om!

Je kunt nauwelijks voorzien waartoe dit zou leiden,
als hun voorbeeld nagevolgd kon worden.
Waarop zouden poëzie, religie nog kunnen hopen,
wat zou men respecteren, wat nalaten,
wie zou in de kring willen blijven.

Gelukkige liefde? Is dat echt nodig?
Tact en gezond verstand gebieden ons erover te zwijgen
als over een schandaal in Hogere Sferen.
Prachtige kindertjes worden zonder haar hulp geboren.
Nimmer zou ze de aarde kunnen bevolken,
ze komt immers maar zo zelden voor.

Laat de mensen die geen gelukkige liefde kennen
maar volhouden dat er nergens gelukkige liefde is.
Met dat geloof valt het hun lichter te leven, en te sterven.

Wisława Szymborska (1923 - 2012)
uit: Einde en begin, gedichten 1957-1997, Meulenhoff, Amsterdam, 1999 (uit het Pools vertaald door Gerard Rash). Translation in English:

True Love

True love. Is it normal
is it serious, is it practical?
What does the world get from two people
who exist in a world of their own?

Placed on the same pedestal for no good reason,
drawn randomly from millions but convinced
it had to happen this way - in reward for what?
For nothing.
The light descends from nowhere.
Why on these two and not on others?
Doesn't this outrage justice? Yes it does.
Doesn't it disrupt our painstakingly erected principles,
and cast the moral from the peak? Yes on both accounts.

Look at the happy couple.
Couldn't they at least try to hide it,
fake a little depression for their friends' sake?
Listen to them laughing - its an insult.
The language they use - deceptively clear.
And their little celebrations, rituals,
the elaborate mutual routines -
it's obviously a plot behind the human race's back!

It's hard even to guess how far things might go
if people start to follow their example.
What could religion and poetry count on?
What would be remembered? What renounced?
Who'd want to stay within bounds?

True love. Is it really necessary?
Tact and common sense tell us to pass over it in silence,
like a scandal in Life's highest circles.
Perfectly good children are born without its help.
It couldn't populate the planet in a million years,
it comes along so rarely.

Let the people who never find true love
keep saying that there's no such thing.

Their faith will make it easier for them to live and die.


Translated from the Polish by Stanisław Barańczak and Clare Cavanagh.

Hatha yoga voor iedereen

Wanneer een scepticus oefening nummer 25 uitvoert, de zogenaamde Kukkutasana, [...] zal hij [...] denken: wat ben ik eigenlijk aan het doen? Dan realiseert hij zich dat hatha yoga slechts de eerste kleine stap is op de weg naar de volmaaktheid en dat die volmaaktheid volgens de opvatting van de hindoewijzen alleen hem deelachtig wordt die zijn individuele Ik in het Universum laat opgaan. Nu vraagt de scepticus zich af of zelfverlies werkelijk voor hem het belangrijkste hoort te zijn. Misschien is het tegendeel waar en moet hij zichzelf niet verliezen, maar het leven juist volledig leven in zijn menselijke individualiteit, met alle moeilijk consequenties die erbij horen? Wat zijn zelfverlies betreft, na de dood zal hij daar alle tijd voor hebben.

Wisława Szymborska (★ 1923 - † 2012) bespreekt "Hatha yoga voor iedereen" (Warschau, 1974) van Halina Michalska, in "Onverplichte lectuur" (Lektury Obowiązkowe, 1975) Vertaling Gerard Rasch, 1998, voor Meulenhoff, Amsterdam.


Je rug

Tot ik je rug zag – alsof je iets wilde met mij

daarom streelde ik met mijn ogen je rug
ach, hoe lang al kende ik die

ik wilde het niet denken deze gemeenplaats
maar het waren mijn ogen die dachten
alles in ons is geschiedenis alles

er moet zelfs een tijd zijn geweest waarin wij
nog niet eens bestonden, zo lang al

ik wilde je rug strelen zonder mijzelf te zoeken
onder je huid en ook jou zocht ik daar niet
wij zijn daar onvindbaar

liefde is een woord voor iets anders
dan ik zocht, niet de liefde heeft ons gemaakt

wij zijn gemaakt met onverschillig aandachtig
geduldig gereedschap, hetzelfde
dat ons weer afbreekt

we kennen de zwijgende anatomische prenten
die laten zien hoe het is

de witte wervels en ribben en schouderbladen
het witte weerloze skelet
waarmee het begint en ophoudt

daarom streelde ik met mijn ogen je rug

Rutger Kopland (★ 1934 - † 2012)
uit: Geluk is gevaarlijk, Van Oorschot 1999


Kešanje

ne treba ti pas u kući, kevće
i ne treba ti mačka u kući, kleveće
i ne treba ti slon u kući, zažalićeš

i ne treba ti žaba u kući, krekeće
i ne treba ti kokoš u kući, kakoće
ali najgora stvar je majmun u kući
majmun u kući

pravi ti lom, šeta ti tike
grebe ti ploče, gužva ti slike
čita ti knjige
podvlači sta je njemu
najbitnije

preko čistog veša
po terasi ti se keša
i ti besan juriš za njim
posle tolikog kešanje
naješćete se trešanja
doći će do obostranog
proservanja

odlaziš na posao
on se vec dobro usosao
i ko u svakom košmaru
otvara vrata poštaru
daje mu bakšiš velik
prima ti poštu koju ne želiš

i još je trpa u špagete
i doda sol,
papar
i 1 žlicu vegete
i ti mu kažeš: majmune
u špagete ne ide pošta
nego pašta!
on ti kaže: pa šta?

i zato ne treba ti

Музика и тeкcт: Лука Cтаниcављeвиќ, Činč, Ponašanje 2003 (Halbstar Home Studios, Бeоград, jануари-маj 2003 / Teмплум (www.templum.com.mk))


Zimska Pesma

Zima zima -- e pa šta je?
Ako je zima nije lav!
Zima zima -- pa neka je.
Ne bojise ko je zdrav!

Јован Јовановић Змај (★ Novi Sad, 1833 - † Sremska Kamenica, 1904). This is an abridged version; full text supplied by Marko Ilić and published by Rastko in Jovan Jovanović Zmaj - Zmajeva pevanija, Štampano i povezano 1972. godine u Beogradskom izdavačko-grafičkom zavodu, Bulevar vojvode Mišića 17. Prva serija biblioteke ZLATNA KNjIGA, koju je uređivao Živojin-Bata Vukadinović, izlazila je od 1931. do 1941. godine, u izdanju izdavačkog i knjižarskog preduzeća Geca Kon, a. d. iz Beograda.

Taši, taši

Taši, taši, tanana,
evo jedna grana,
a na grani jabuka
kao molovana.
Doleteše ptičica,
ljuljnuše se grana,
otpadnuše jabuka,
dignuše je Ana.

Taši, moja, pa moja,
nosi deda šeboja,
na šeboju šara,
to je bubamara.
Bubamara lepeta,
ne boji se deteta,
na ruku mu sleta
sa šeboja cveta.

Taši, rode, pa rode,
kurjak bere jagode,
kad nabere dosta,
moliše ga Kosta,
da ih sve ne pomlavi,
da i Nasti ostavi,
a kurjak ce kaz'ti:
"Kako ne bih Nasti!"

Taši, taši, malena,
suknja ti je šarena,
košuljica bela,
kuma ti je donela,
kosa ti je plava,
pametna ti glava,
a ustašca zameđana
uvek nasmejana.

Taši, bela, debela
sva su deca vesela,
doneo im čika,
iz šume lešnika.
Jela bi i Ljuba,
ali nema zuba,
zato joj je seka
uzvarila mleka.

Taši, taši moje luče,
ide baba po unuče,
iz daleka prstom pruža
eno moja Ruža!

Taši, taši, Ružice,
neka bride ručice,
znaš da voli baba Jela
kad su deca vesela.

Taši, taši, Cveto,
moje čedo peto,
imaš četer brate,
svi pitaju za te.
Jedan pita Kamo je?
Drugi veli Tamo je!
Treći traži Cvetu
po belome svetu,
a četvrti nadje milu
na majčinom krilu.

Jovan Jovanović Zmaj(★ 1833 - † 1904)


Honger

Honger is de beste saus!
Draven, slaven, zwoegen, zweeten
Geeft den rechten trek tot eten,
Wie gewerkt heeft flink en goed,
Smaken rauwe boonen zoet.

Honger is de beste saus!
Had je taarten en pasteien
Had je 's werelds lekkernijen,
Och wat hielp het u, mijn schat!
Als ge toch geen honger hadt?

Honger is de beste saus!
Loopt het somtijds op een schraaltje,
Denk wat baat het beste maaltje
Aan een luien lekkerbek...
Groote schotels, kleine trek!

dichter Dr. J.P. Heije, componist Joh. Verhulst. opgenomen in: Kun je nog zingen, zing dan mee! Schoolzangbundel door J. Veldkamp en K. de Boer, Amsterdam, Vroomshoop, 1908


Onvervreemdbaar

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen,
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen mogen eenzaam wezen.

Zij waren het van kind af aan.

Hen wenkt een wereld waar de groten,
de tijdelozen, voortbestaan.
Tot wie wij kleinen mogen gaan;
de enigen die ons nooit verstoten.

Het schip

Er kwam een schip gevaren;
Het kwam van Lobith terug,
met grint en rivierzand geladen.
Het richtte zijn boeg naar de brug.

De scheepsbel was helder te horen,
de brugwachter kwam al in zicht;
een halfuurslag viel van de toren.
Het schip voer door schaduw en licht.

Met boegbeeld en naam kwam het nader,
de ophaalbrug ging omhoog;
een deining liep door het water
dat tegen de schoeiing bewoog.

Er stond een kind op de kade
--ik was het, ik was nog klein--
het had niets meer nodig op aarde
om volkomen gelukkig te zijn.

Ida Gerhardt uit Het Sterreschip, 1979


Diseases

Now give thanks and praise to the Most High
Cause you must obey the things that pertains unto a man
Cause these things are an abomination unto the Lord God

For every day the girls dress up inna trousers
Wha happen to yu skirts and blouses

Min' Jah lick yu wid diseases
The most dangerous diseases
I'm talking like the elephantitis
The other one is the poliomyelitis
Arthritis and the one diabetes.

Cause every day the girls dress up inna trousers
I say what happen to yu skirts and blouses?

Why can't I man see you in yu dresses
Cause these things unto Jah Jah not pleases
An' every day them a worship vanities
An' yu greates' lust is jewelleries
Min' Jah lick yu wid diseases ...

Diseases by Papa Michigan and General Smiley on Downpression, 1982


¡Ay Carmela! (Viva la Quince Brigada)

Viva la Quince Brigada,
rumba la rumba la rumba la.
Viva la Quince Brigada,
rumba la rumba la rumba la
que nos cubrirá de gloria

  ¡Ay Carmela! ¡Ay Carmela!
  que se ha cubierto de gloria,
  ¡Ay Carmela! ¡Ay Carmela!

Luchamos contra los moros,
rumba la rumba la rumba la.
Luchamos contra los moros,
rumba la rumba la rumba la
mercenarios y fascistas,

  ¡Ay Carmela! ¡Ay Carmela!
  mercenarios y fascistas,
  ¡Ay Carmela! ¡Ay Carmela!

Solo es nuestro deseo,
rumba la rumba la rumba la.
Solo es nuestro deseo,
rumba la rumba la rumba la
acabar con el fascismo,

  ¡Ay Carmela! ¡Ay Carmela!
  acabar con el fascismo,
  ¡Ay Carmela! ¡Ay Carmela!

En los frentes de Jarama,
rumba la rumba la rumba la.
En los frentes de Jarama,
rumba la rumba la rumba la
no tenemos ni aviones, ni tanques ni cañones,

  ¡Ay Carmela!
  no tenemos ni aviones, ni tanques ni cañones,
  ¡Ay Carmela!

Ya salimos de España,
rumba la rumba la rumba la.
Ya salimos de España,
rumba la rumba la rumba la
a luchar en otros frentes,

  ¡Ay Carmela! ¡Ay Carmela!
  a luchar en otros frentes,
  ¡Ay Carmela! ¡Ay Carmela!

El paso del Ebro, également connue sous le titre ¡Ay, Carmela!, est une chanson populaire espagnole, née en 1808 dans la Guerre d'indépendance espagnole contre Napoléon Ier. Elle est reprise plus tard par les soldats républicains et par les volontaires des Brigades internationales pendant la Guerre civile (1936-1939), avec notamment sa variante Viva la Quince Brigada.

Ay Carmela!

Hurray for the Fifteenth Brigade, which has covered itself with glory.
We fight against the Moors, mercenaries, and fascists.
Our only desire is to end fascism.
In the Jarama front we don't have airplanes, tanks, or cannon.
We're leaving Spain to fight in other fronts.

The XV International Brigade was a Mixed brigade made up of Spanish and International Brigade troops, defending Madrid on the west from invasion, and on the east protecting Madrid's one route out, the road east to Valencia and the Mediterranean. Los moros (the Moors) refers to the Regulares, the feared Moroccan units fighting as the shock troops of the Nationalists. Jarama is a small river near Madrid.


Klap eens in de handjes

Klap eens in de handjes,
blij blij blij.
Op het lieve bolletje,
allebei!

Twee handjes in de hoogte,
twee handjes in je zij.

Zo varen de scheepjes voorbij,
zo varen de scheepjes voorbij.

Ei-ei!


In de maneschijn

In de maneschijn
In de maneschijn
Klom ik op een trapje naar het raamkozijn
En je raadt het niet
En je raadt het niet
Zo doet een vogel
En zo doet een vis
Zo doet een duizendpoot die schoenenpoetser is
En dat is één
En dat is twee
En dat is dikke, dikke, dikke tante Kee
En dat is recht
En dat is krom
En dan draaien we het wieltje nog eens om
Rom bom

Zie ook de Wikipedia-pagina In de maneschijn.


The Lord's Prayer

The Lord's Prayer in Old Church Slavonic.

(Cyrillic)

Отьчє нашь·
ижє ѥси на нєбєсѣхъ:
да свѧтитъ сѧ имѧ Твоѥ·
да придєтъ цѣсар҄ьствиѥ Твоѥ·
да бѫдєтъ волꙗ Твоꙗ
ꙗко на нєбєси и на ꙁємл҄и:
хлѣбъ нашь насѫщьнꙑи
даждь намъ дьньсь·
и отъпоусти намъ длъгꙑ нашѧ
ꙗко и мꙑ отъпоущаѥмъ
длъжьникомъ нашимъ·
и нє въвєди насъ въ искоушєниѥ·
нъ иꙁбави нꙑ отъ нєприꙗꙁни:
ꙗко твоѥ ѥстъ цѣсар҄ьствиѥ
и сила и слава въ вѣкꙑ вѣкомъ
Аминь჻

Transliteration

Otĭče našĭ
iže jesi na nebesěxŭ.
da svętitŭ sę imę Tvoje
da pridetŭ cěsar'ĭstvije Tvoje
da bǫdetŭ volja Tvoja
jako na nebesi i na zeml'i.
xlěbŭ našĭ nasǫštĭnyi
daždĭ namŭ dĭnĭsĭ
i otŭpusti namŭ dlŭgy našę
jako i my otŭpuštajemŭ
dlŭžĭnikomŭ našimŭ
i ne vŭvedi nasŭ vŭ iskušenije
nŭ izbavi ny otŭ neprijazni.
jako tvoje jestŭ cěsar'ĭstvije
i sila i slava vŭ věky věkomŭ
Aminĭ.

Translation

Our father
thou who art in heaven.
may hallowed be Thy name
may come Thy empire
may become Thy will
as in heaven, also on earth.
our supersubstantial bread
give us this day
and release us of our debts
as we also release
our debtors
and do not lead us to temptation
but free us from the evil.
as Thine is the empire
and the power and the glory unto the ages of ages
Amen.


Was passierte in den Jahren

Wie du doch das Treiben satt hast,
immer wirft dich diese Flut
an ein unbekanntes Ufer,
und dir fehlt schon lang der Mut,
neuen Küsten zu begegnen,
du bist müde, gräbst dich ein
und beschließt für alle Zeiten
nie mehr heimatlos zu sein.
Und das nennt sich dann erwachsen
oder einfach Realist,
viele Worte zu umschreiben,
dass man feig geworden ist.

Was passierte in den Jahren,
wohin hast du sie verschenkt?
Meistens hast du doch am Tresen
das Geschick der Welt gelenkt.
Und die fiel nicht aus den Angeln,
höchstens du fielst manchmal um,
und für die, die du bekämpft hast,
machst du jetzt den Buckel krumm.

Auch du wolltest wie die andern
fest in einem Weltbild stehn,
statt die Ängste zu durchwandern,
übst du sie zu übersehn.
Manchmal jagst du für Sekunden
deinen Zweifeln hinterher,
doch aus Sorgen um die Wunden
bleibst du lieber ungefähr.
Und dann triffst du noch die Kämpfer
aus der guten alten Zeit,
fesche Jungs mit drallen Frauen,
und ihr lächelt alle breit.

Was passierte in den Jahren,
wohin hast du sie verschenkt?
Meistens hast du doch am Tresen
das Geschick der Welt gelenkt.
Und die fiel nicht aus den Angeln,
höchstens du fielst manchmal um,
und für die, die du bekämpft hast,
machst du jetzt den Buckel krumm.

Und ich frag mich, ob ich wirklich
so viel anders bin als du?
Zwar ich kleide meine Zweifel
in Gedichte ab und zu.
Das verschafft paar ruhige Stunden,
doch eigentlich ist nichts geschehn.
Ach, es gibt so viele Schliche,
um sich selbst zu hintergehn.
Doch da muss jetzt was passieren,
zuviel Zeit ist schon verschenkt,
und es wird von den Erstarrten
das Geschick der Welt gelenkt.
Und die fällt bald aus den Angeln.
Komm, wir gehen mit der Flut
und verwandeln mit den Wellen
unsre Angst in neuen Mut
und verwandeln mit den Wellen
unsre Angst in neuen Mut.

Konstantin Wecker (München, June 1, 1947)


Hago versos señores!

Hago versos señores, hago versos,
pero no me gusta que me llamen poetisa,
me gusta el vino como a los albañiles
y tengo una asistenta que habla sola.
Este mundo resulta divertido,
pasan cosas señores que no expongo,
se dan casos, aunque nunca se dan casas
a los pobres que no pueden dar traspaso.
Sigue habiendo solteras con su perro,
sigue habiendo casados con querida
a los déspotas duros nadie les dice nada,
y leemos que hay muertos y pasamos la hoja,
y nos pisan el cuello y nadie se levanta,
y nos odia la gente y decimos: ¡la vida!
Esto pasa señores y yo debo decirlo.

De Todo asusta, 1954.

I Write Poetry, Gentlemen!

I write poetry, gentlemen, I write poetry,
but please don't call me poetess;
I swig my wine like the bricklayers do
and I have an assistant who talks to herself.
This world's a strange place;
things happen, gentlemen, that I don't disclose;
they build cases, for example, yet never build homes
for the poor who can't afford them.

And old maids are always having it out with their dogs,
married men with their mistresses,
yet no one says anything to the brutal tyrants.
And we read about the deaths and flip the pages,
and the people hate us and we say: that's life,
and they step on our necks and we don't get up.

All this happens, gentlemen, and I must say it.

Gloria Fuertes (Madrid, ★ 28 July 1917 – † 27 November 1998)

(taken from artespoeticas.librodenotas.com/ and wordswithoutborders.org, thanks larjona)


Motel Blues

In this town television shuts off at two
What can a lonely rock and roller do?
The bed's so big, the sheets are clean
Your girlfriend said that you were 19
The styrofoam ice bucket is full of ice
Come up to my motel room, treat me nice

I don't wanna make no late night New York calls
I don't wanna stare at those ugly grass mat walls
Chronologically I know you're young
But when you kissed me in the club you bit my tongue
I'll write a song for you, I'll put it on my next LP
Come up to my motel room and sleep with me

There's a bible in the drawer don't be afraid
I'll put up a sign to warn the cleanup maid
There's lots of soap and lots of towels
Never mind those desk clerk's scowls
I'll buy you breakfast, they'll think you're my wife
Come up to my motel room and save my life

Loudon Wainwright III (★ September 5, 1946, Chapel Hill, NC, USA) featured on "Album II", 1971. Lyrics as sung in a cover version by Big Star (Alex Chilton), recorded in New York, 1974, released 1992 on the album "Live".


Guest Informant

Baghdad/Space Cog/Analyst
You'll never guess who informed
It was Craig and Steve
The stool pigeons, cha-cha-cha-cha...
"Bazhdad State Cog Analyst."

Guest informant, guest informant
Guest informant, guest informant
I followed the colonel to the cheap hotel,
I tapped the beds
I wired the phones as well,
Colonel Boggs Maroley was his mantle
Had not counted on
I had not counted on
Guest Informant, guest informant

I've been split on, I've been touted on,
I had not counted on Guest Informant

In the burning scorch of another Sunday over
The miserable Scottish hotel,
Resembled a Genesis or Marillion, 1973 LP cover
All the hotel staff had been dismissed,
It was me, the Hoover, and the O. A. P.s
Asked: Could he turn killer?
Thought: could I kill him?
Pondered: Or is he itinerant?
But I guess he's just a cog analyst
Guest informant, guest informant

Baghdad/Space Cog/Analyst.

I could not comprehend, I could not understand
Had not counted on, I had not counted all
Guest informant, guest informant
I've been split by a first-grade moron
And I had not counted on, I had not counted on
Guest informant, guest informant
Guest informant, guest informant
I've been let down, by a first-grade moron
And I could not comprehend
Had not counted on
Guest informant, guest informant

Mark E. Smith (★ 1957 - † 2018, Prestwich, Greater Manchester, England) Released on 12" (Beg206T) "Victoria" in 1988. Credits: Smith/Hanley, S/Scanlon. See also The Annotated Fall.


Leven Zonder Angst

Gisterennacht
Ik kon maar niet slapen
Ik lag te woelen in m'n ledikant
Ik telde 100.000 witte schapen
En die bleven maar staan
En die keken me aan
En ik riep ga nou eens aan de kant

Ik wil leven zonder angst
Ik wil branden zonder blaren
Ik wil geld zonder te sparen
Ik wil feest zonder gedoe
Ik wil zuipen zonder kater
Een horloge zonder later
Ik wil dansen zonder moe

Ik wil regen zonder jas
Ik wil varen zonder anker
Ik wil roken zonder kanker
'k Wil een salto zonder net
Ik wil alles weten zonder boeken
Alles vinden zonder zoeken
Ik wil slapen zonder bed

Jij zei vannacht
Joh, je bent niet goed lekker
Je woont niet zomaar gratis op Soestdijk
In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen
En toen keek ik je aan
En toen wou ik je slaan
Want je had zo vervelend gelijk
Maar ik wil liefde zonder eind
Ik wil vrijen zonder zorgen
Van de avond tot de morgen
Ik wil mannen zonder tal
Ik wil doorgaan zonder stoppen
Ik wil binnen zonder kloppen
En een lijf zonder verval

Ik wil vreten zonder dik
Ik wil aangenaam verpozen
Zonder schillen, zonder dozen
Ik wil varkens zonder pest
'k Wil een kind zonder te baren
En zonder praktische bezwaren
Ik wil zwemmen zonder vest

Ik wil reizen zonder doel
Ik wil zeilen zonder haven
'k Wil een graf zonder te graven
Ik wil vissen zonder vangst
Ik wil oud zonder bederven
Ik wil dood zonder sterven
Ik wil leven
Ik wil leven
Ik wil leven zonder angst

Brigitte Kaandorp (Haarlem, 1962) op "Kaandorp Zingt", 2010

De zeer oude zingt

er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings

alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk

als het hart van de tijd
als het hart van de tijd

Lucebert begin 50-er jaren, Verzamelde gedichten, 1974.


Auf, auf zum Kampf

Auf, auf zum Kampf, zum Kampf!!
Zum Kampf sind wir geboren!!
Auf, auf zum Kampf, zum Kampf!!
Zum Kampf sind wir bereit!!
Dem Karl Liebknecht, dem haben wir's geschworen,!
Der Rosa Luxemburg reichen wir die Hand.!

Wir fürchten nicht, ja nicht,!
Den Donner der Kanonen!!
Wir fürchten nicht, ja nicht,!
Die grüne Polizei!!
Den Karl Liebknecht, den haben wir verloren,!
Die Rosa Luxemburg fiel durch Mörderhand.!

Es steht ein Mann, ein Mann,!
So fest wie eine Eiche!!
Er hat gewiß, gewiß,!
Schon manchen Sturm erlebt!!
Vielleicht ist er schon morgen eine Leiche,!
Wie es so vielen Freiheitskämpfern geht.!

Auf, auf zum Kampf, zum Kampf!!
Zum Kampf sind wir geboren!!
Auf, auf zum Kampf, zum Kampf!!
Zum Kampf sind wir bereit!!
Dem Karl Liebknecht, dem haben wir's geschworen,!
Der Rosa Luxemburg reichen wir die Hand.!

Refers to the murdering of Rosa Luxemburg and Karl Liebknecht: "Luxemburg was beaten with rifle butts and afterwards shot, and her corpse thrown into the Landwehr Canal, while Liebknecht was forced to step out of the car in which he was being transported, and he was then shot in the back.", see Wikipedia on Liebknecht. On January 15, 2019, The Guardian reports: [...] estimated 20,000 people on the streets of Berlin for a march that marked the high point of a series of commemorative events, including theatre performances, readings and new biographies.


Moj dilbere (traditional)

Moj dilbere, kud’ se šećeš?
Aj, što i mene ne povedeš?

Povedi me u čaršiju,
Aj, pa me prodaj bazardžiji

Uzmi za me oku zlata
Aj, pa pozlati dvoru vrata

(My darling, where do you betake yourself?
Oh, why don't you lead me there too?

Lead me to the čaršija
Oh, then sell me to the bazaar merchant.

Take for me an oka of gold
Oh, then gild the door of the palace)

wikipedia


The New Colossus

Not like the brazen giant of Greek fame,
With conquering limbs astride from land to land;
Here at our sea-washed, sunset gates shall stand
A mighty woman with a torch, whose flame
Is the imprisoned lightning, and her name
Mother of Exiles. From her beacon-hand
Glows world-wide welcome; her mild eyes command
The air-bridged harbor that twin cities frame.

"Keep, ancient lands, your storied pomp!" cries she
With silent lips. "Give me your tired, your poor,
Your huddled masses yearning to breathe free,
The wretched refuse of your teeming shore.
Send these, the homeless, tempest-tost to me,
I lift my lamp beside the golden door!"

Emma Lazarus (★ 1849 – † 1887). Written 1883, published at Statue of Liberty, New York, USA.

Spiele das Spiel

Spiele das Spiel. Gefährde die Arbeit noch mehr. Sei nicht die Hauptperson. Such die Gegenüberstellung. Aber sei absichtslos. Vermeide die Hintergedanken. Verschweige nichts. Sei weich und stark. Sei schlau, laß dich ein und verachte den Sieg. Beobachte nicht, prüfe nicht, sondern bleib geistesgegenwärtig bereit für die Zeichen. Sei erschütterbar. Zeig deine Augen, wink die anderen ins Tiefe, sorge für den Raum und betrachte einen jeden in seinem Bild. Entscheide nur begeistert. Scheitere ruhig. Vor allem hab Zeit und nimm Umwege.
Laß dich ablenken. Mach sozusagen Urlaub. Überhör keinen Baum und kein Wasser. Vergiß die Angehörigen, bestärke die Unbekannten, bück dich nach Nebensachen, weich aus in die Menschenleere, pfeif auf das Schicksalsdrama, mißachte das Unglück, zerlach den Konflikt. Bewege Dich in deinen Eigenfarben; bis du im Recht bist und das Rauschen der Blätter süß wird. Geh über die Dörfer. Ich komme dir nach.

Speel het spel

Speel het spel. Breng je werk in gevaar. Wees niet de hoofdpersoon. Zoek de confrontatie. Maar doe het onopzettelijk. Vermijd bijbedoelingen. Verzwijg niet. Wees week en sterk. Wees slim, steek je nek uit en veracht de overwinning. Kijk niet toe, bewijs niets, maar blijf met alle tegenwoordigheid van geest open voor tekens. Laat je ogen zien, laat de anderen erin kijken, zorg voor ruimte en beschouw ieder in zijn eigen perspectief. Beslis alleen met hartstocht. Misluk rustig. Neem vooral de tijd en bewandel zijpaden. Laat je afleiden. Neem om het zo te zeggen vakantie. Houdt je niet doof voor geen boom voor geen water. Trek jezelf terug in jezelf als je daar zin in hebt en gun je de zon. Vergeet de mensen in je naaste omgeving, verstevig je banden met onbekenden, buig je over bijzaken, wijk uit naar de verlatenheid, vermoord het noodslotdrama, veracht het ongeluk, analyseer het conflict. Neem je eigen kleur aan tot je in je gelijk staat en het ruisen van de bladeren zoet wordt. Loop stilzwijgend langs de dorpen. Ik volg je.

Peter Handke, uit Über die Dörfer (1981)

Voor Ari

Lieve Ari
Wees niet bang

De wereld is rond
en dat istie al lang

De mensen zijn goed
De mensen zijn slecht

Maar ze gaan allen
dezelfde weg

Hoe langer je leeft
hoe korter het duurt

Je komt uit het water
en gaat door het vuur

Daarom lieve Ari
Wees niet bang

De wereld draait rond
en dat doettie nog lang

Uit: Renaissance: gedichten ’44-’94 Uitgever: De Bezige Bij, Amsterdam, 1994

Rotterdamse Kost

Waar de natie
bietjes eet

bikt Rotterdam
z’n kroten

Vandaar dat hier
de krotenkoker

heerst waar elders
in den lande

de zakkenwasser
prevaleert



De fricandel
is al sinds

jaar en dag
de favoriete

doodsoorzaak
in Rotterdam

en dat woue we
graag zo houe

omdat het anders
kankeren wordt



In proletarisch
Rotterdam

gold uierboord
als godenspijs

waarvoor men met
een pannetje

bij de slager in
de rij stond

maar als slacht-
afval in feite

voor de varkens
was bestemd



Azzie niet vreet
ga je dood, wist O-

poe Herfst (106) al
vóór ze geboren werd

Azzie ’t wel doet
óók, dient daar voor

de goede orde nog
aan toegevoegd



De kapsalon
– zowel de grote

als de kleine –
komt oorspronkelijk

uit Rotterdam
Het is een ultra-

vette hap waar een
hond geen brood

van lust maar een
Turk wel páp



Rotterdamse kost
is voor een buiten-

staander niet te
knagen en alleen

de sterkste magen
kunnen hem of haar

zonder gevaar voor
brandend zuur of

darmkatarrh ver-
dragen – de Rotter-

dammer is erop ge-
maakt en zal hóóg-

uit om de tomaten-
ketchup vragen



Snert-met-drijfijs
Sterf-op-straat-wors

Steak-de-moord
en kapsalon

Nazi Goering
Neukpatronen

Kroten kaantjes
Uierboord – ziedaar

de Rotterdamse
keuken met

de complimenten
van de kok

Da’s die Bolle
met die badmuts

en dat maffe
schortje voor



Krijgie dáár de
schijterij van –

ál dat gekook
voor die tv!

Straks is ieder-
een hier chef

waar niemand
van de honger

nog ontlasting
heeft



Kanen knagen
hooien grazen

schaften makken
pruimen prakken

bunkeren bikken
happen slikken

haggelen snaaien
lossen en laaien

Rotterdammers
doen het gaarne

zolang het maar
géén tafelen wordt



‘Rotterdam
is een stad

waar gewerkt
moet worden

en van vreem-
de praktijken

zijn we hier
niet gediend’

merkte de ka-
nenbraaier op


Uit: Rotterdamse Kost; CPNB, 2017, 978 90 5965 409 9
Zie ook poetryinternational.
Jules Deelder (Rotterdam, ★ 1944 - † 2019)

Alleen

Pad ging naar het huis van Kikker. Hij zag een briefje op de deur. Daarop stond: "Beste Pad, ik ben niet thuis. Ik ben weggegaan. Ik wil alleen zijn." "Alleen?" zei Pad. "Ik ben toch zijn beste vriend. Waarom wil hij dan alleen zijn?" Pad keek door de ramen. Hij keek in de tuin. Nergens zag hij Kikker. Pad ging naar het bos. Kikker was er niet. Hij ging naar de wei. Kikker was er niet. Pad ging naar de rivier. Daar was Kikker. Hij zat helemaal alleen op een eilandje. "Arme Kikker," zei Pad. "Hij is vast heel zielig. Ik zal hem eens vrolijk maken." Pad rende naar huis. Hij maakte boterhammen klaar. Hij vulde een kan met limonade. Hij deed alles in een mand. Pad liep zo vlug hij kon terug naar de rivier. "Kikker," schreeuwde hij, "ik ben het. Je beste vriend, Pad!" Kikker was te ver weg om hem te horen. Pad trok zijn jasje uit en zwaaide ermee als met een vlag. Kikker was te ver weg om hem te zien. Pad schreeuwde en zwaaide, maar het hielp niets. Kikker zat op het eilandje. Hij zag Pad niet en hij hoorde hem niet. Er zwom een schildpad voorbij. Pad klom op de rug van de schildpad. "Schildpad," zei Pad, "breng me naar het eilandje. Daar zit Kikker. Hij wil alleen zijn." "Als Kikker alleen wil zijn," zei de schildpad, "waarom laat je hem dan niet met rust?" "Misschien heb je gelijk," zei Pad, "misschien wil Kikker me niet meer zien. Misschien wil hij mijn vriend niet meer zijn." "Ja, misschien," zei de schildpad en hij zwom naar het eilandje. "Kikker!" riep Pad. "Ik heb spijt van alle domme dingen die ik altijd doe. Ik heb spijt van alle rare dingen die ik altijd zeg. Wil je alsjeblieft weer mijn vriend zijn?" Pad gleed van de schildpad af. Met een plons viel hij in de rivier. Kikker trok Pad op het eilandje. Pad keek in de mand. De boterhammen waren nat. De kan met limonade was leeg. "Ons eten is in het water gevallen," zei Pad. "Ik had het voor jou meegenomen, Kikker, om je gelukkig te maken." "Maar Pad," zei Kikker, "ik ben gelukkig. Ik ben heel gelukkig. Toen ik vanmorgen wakker werd, voelde ik me blij omdat de zon scheen. Ik voelde me blij omdat ik een kikker was. En ik voelde me blij omdat jij mijn vriend bent. Ik wilde alleen zijn. Ik wilde erover nadenken hoe mooi alles is." "O," zei Pad. "Ik vind dat een goede reden om alleen te willen zijn." "En nu," zei Kikker, "ben ik blij, dat ik niet alleen ben. Laten we gaan eten." Kikker en Pad bleven die hele middag op het eilandje. Ze aten natte boterhammen zonder limonade. Ze waren twee hele goede vrienden die samen alleen zaten. En ze waren best tevreden.

Arnold Lobel (★ May 22, 1933 LA, USA - † Dec 4, 1987 NY, USA)
Uit: Days with Frog and Toad, 1979. Dedicated to Liz Gordon.
vertaald door A.G. van Melle en W.J. van Melle-Meijer



Roeping

(voor de Zusters van Liefde, te Weert)

Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet 's avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.

Gerard Reve (★ Amsterdam, 14 december 1923 – † Zulte, 8 april 2006)


Some People

some people never go crazy.
me, sometimes I'll lie down behind the couch
for 3 or 4 days.
they'll find me there.
it's Cherub, they'll say, and
they pour wine down my throat
rub my chest
sprinkle me with oils.
then, I'll rise with a roar,
rant, rage -
curse them and the universe
as I send them scattering over the
lawn.
I'll feel much better,
sit down to toast and eggs,
hum a little tune,
suddenly become as lovable as a
pink
overfed whale.
some people never go crazy.
what truly horrible lives
they must lead.

Charles Bukowski

Die Luft gehört denen, die sie atmen

Warum gehören denn die Seen nicht denen, die darin baden?
Warum gehören denn die Wälder nicht denen, die darin spazieren gehen?
Warum gehören denn die Rasenflächen nicht denen, die sie betreten?
Warum gehören denn die Häuser nicht denen, die darin wohnen?
Warum gehören die Fabriken nicht denen, die darin arbeiten?
Warum gehört denn der Staat nicht denen, die ihn aufbauen?
Warum gehört denn die Welt nicht denen, die in ihr leben?

Wer hat denn damals die Karre in den Dreck gefahren? DU!
Wer hat denn damals am Krieg verdient? DU!
Wer hat denn am Zusammenbruch verdient? DU!
Wer hat denn am Wiederaufbau verdient? DU!
Wer hat denn an der Währungsreform verdient? DU!
Wer hat an der Wirtschaftskrise verdient? DU!
Wer hat denn immer an uns verdient? DU!

Wer hat denn damals nach dem Krieg die Karre aus dem Dreck ziehen lassen? ICH!
Wer hat denn damals ganz von vorne anfangen lassen? ICH!
Wer hat denn damals aus dem Nichts mit eurer Hände Arbeit diese Fabrik aufbauen lassen? ICH!
Wer hat denn damals selbst mit anpacken lassen? ICH! IchIchIchichichich (abkratzverreck...)

Der Unternehmer heißt Unternehmer, weil er etwas unternimmt.
Der Arbeiter heißt Arbeiter, weil er arbeitet.
Würden die Arbeiter was unternehmen, müssten die Unternehmer arbeiten.

Lyrics by Floh de Cologne, on the album Profitgeier - Rockoper (1971).

Het lied der dwaze bijen

Een geur van hoger honing
verbitterde de bloemen,
een geur van hoger honing
verdreef ons uit de woning.

Die geur en een zacht zoemen
in het azuur bevrozen,
die geur en een zacht zoemen,
een steeds herhaald niet-noemen,

ried ons, ach roekelozen,
de tuinen op te geven,
riep ons, ach roekelozen,
naar raadselige rozen.

Ver van ons volk en leven
zijn wij naar avonturen
ver van ons volk en leven
jubelend voortgedreven.

Niemand kan van nature
zijn hartstocht onderbreken,
niemand kan van nature
in lijve de dood verduren.

Steeds heviger bezweken,
steeds helderder doorschenen,
steeds heviger bezweken
naar het ontwijkend teken,

stegen wij en verdwenen,
ontvoerd, ontlijfd, ontzworven,
stegen wij en verdwenen
als glinsteringen henen. -

Het sneeuwt, wij zijn gestorven,
huiswaarts omlaag gedwereld,
het sneeuwt, wij zijn gestorven,
het sneeuwt tussen de korven.

Martinus Nijhoff (Den Haag, ★ 1894 – † 1953)

Τα ματόκλαδά σου λάμπουν

(Ta matoklada sou lampoun)

Τα ματόκλαδά σου λάμπουν βρε
σαν τα λούλουδα του κάμπου
σαν τα λούλουδα του κάμπου βρε
τα ματόκλαδά σου λάμπουν

Τα ματάκια σου αδερφούλα βρε
μου ραγίζουν την καρδούλα
μου ραγίζουν την καρδούλα βρε
τα ματάκια σου αδερφούλα

Τα ματόκλαδά σου γέρνεις βρε
νου και λογισμό μου παίρνεις
νου και λογισμό μου παίρνεις βρε
Τα ματόκλαδά σου γέρνεις βρε

Τα ματάκια σου να βγούνε βρε
σαν και μένα δε θα βρούνε
σαν και μένα δε θα βρούνε βρε
τα ματάκια σου να βγούνε


English translation by Κορίνα for lyricstranslate.com:

Your eyelashes are glowing

Your eyelashes are glowing
like countryside's flowers
like countryside's flowers
Your eyelashes are glowing

Your eyes my sister
break my heart
they break my heart
your eyes sister

You're tipping your eyelashes
and you take my mind and my thought
You take my mind and my thought
You're tipping your eyelashes

Even if you look around
you won't find another like me
You won't find another like me
Even if you look around

Μάρκος Βαμβακάρης (Markos Vamvakaris, ★ Άνω Σύρος, 1905 – † Νίκαια Αττικής, 1972)


Joost van Baal-Ilić
Last modified: December 2020